Blog: Israël en het beloofde land?

Checkpoint bij Ramallah. Bron: Wikimedia CommonsPalestina Solidariteit

De staat Israël is wel degelijk gestolen land

Zegt de meerderheid

Hoewel de in de bijbel staat beschreven dat daar het beloofde land is!

Historische leugens worden nog elke dag verspreid via allerlei media. Zo ook door Benoit Lannoo in het artikel Antisemitische karikaturen helpen Palestijnen geen meter vooruit op DeWereldMorgen, waarin hij schrijft: “De staat Israël is geen “gestolen land” want in 1948 opgericht door de Verenigde Naties.”

1. Israël is geboren uit oorlog en niet opgericht in 1948 door de VN

Ter verduidelijking: In de Verenigde Naties ontstaat in 1947 het verdeelplan van VN-resolutie 181:

  • De bevolking in Palestina werd eind 1947 – begin 1948 op 1.912.000 inwoners geschat, van wie 1.303.887 Palestijnen (of 68,1 procent van de bevolking) die 93 procent van de grond bezaten.
  • Het verdelingsplan van de VN voorzag in drie deelstaten:

–   een Arabische staat (44 procent van Palestina) met 725.000 Palestijnen en een luttele 10.000 Joden en

–   een Joodse staat (55 procent van Palestina) met, tenminste op papier, een joodse meerderheid (498.000 Joden tegen 407.000 Arabieren).  Maar men ‘vergat’ de 105.000 Bedoeïenen te tellen. Als men deze mensen, die effectief in de voorziene Joodse staat woonden (vooral in de Negev), in rekening bracht, was er een Palestijnse meerderheid in de Joodse staat (512.000 Palestijnen tegenover 498.000 Joden).

–   Jeruzalem (met een lichte Palestijnse meerderheid (105.000 Palestijnen en 100.000 Joden) en Bethlehem (1 procent), dat onder internationaal statuut zou komen

–   Het plan voorziet een economische unie tussen de twee staten en de sector Jeruzalem-Bethlehem.

Dit plan is een aanbeveling van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN) en dus geen beslissing. Het wordt uiteindelijk nooit uitgevoerd. Zowel Joden als Palestijnen verwerpen het verdeelplan.

Er is nooit een overdracht gebeurd van het Mandaat Palestina van Groot-Brittannië naar de VN, en van de VN naar de joodse en Palestijnse staat. Dat was voorzien in de zomer van 1948. Maar omwille van de oorlog is dit nooit gebeurd.

Israël ontstaat dus niet als gevolg van een VN-beslissing maar als gevolg van de geplande etnische zuivering die tijdens de oorlog van 1948 werd uitgevoerd.

Dit was geen ‘gewone’ oorlog. Israël ontstond nadat 78 procent van Palestina doelbewust etnisch  gezuiverd was: 531 Palestijnse dorpen werden verwoest en ontvolkt en 11 stadswijken en steden. Het was een gedwongen transfer van honderdduizenden Palestijnen zonder enige militaire reden, en dus  een misdaad tegen de menselijkheid.

De joodse staat, Israël, bestrijkt ca. 4/5 van het grondgebied van Palestina (namelijk 78 procent). Een veel groter gebied dan wat in het verdelingsplan van 1947 was voorzien. Grote delen van Galilea en de Negev, die waren toegewezen aan de Arabische staat, net als de steden Jaffa, Nazareth, Akka en Beersheba werden zo Israëlisch gebied.  Israël werd dus niet opgericht door een goedkeuring in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Israël was niet het resultaat van het verdelingsplan. Evenmin kreeg Israël zijn onafhankelijkheid van de Britse mandaatmacht.  Israël werd uit oorlog geboren.

Het is dus wel degelijk een gestolen land: alle eigendommen van de gevluchte en verdreven Palestijnen werden in beslag genomen en de Palestijnen kregen er nooit één eurocent schadevergoeding voor.

Bovendien bestaat Israël pas van in 1949 (en niet van 1948), toen door het door de VN opgenomen werd als staat (maar zonder definitie van haar grenzen). In 1948, toen de zionisten eenzijdig de onafhankelijkheid uitriepen, hadden ze slechts 13 procent van het historische Palestina onder controle en dus zeker niet de 78% die nu als Israël erkend wordt.

Checkpoint tussen Bethlehem en Jeruzalem. Foto: Myriam Vandecan, Palestina Solidariteit

Ook ter info:

Op 27 april 1969 hield de Amerikaanse rabbijn Elmer Berger in de staatsuniversiteit van Louisiana een voordracht, waarin ook het verdelingsbesluit van november 1947 ter sprake kwam. Volgens hem heeft de zionistische propaganda aan veel mensen een verkeerd beeld gegeven van wat de VN toen in werkelijkheid gedaan hebben.

“In de eerste plaats was het alleen een aanbeveling. De Algemene Vergadering die de verdelingsresolutie voorstelde en aanvaardde, had toen nog niet het gezag om iets anders te doen dan aanbevelen.

Ten tweede, de verdeling was niet onvoorwaardelijk. Ze moest vergezeld gaan van een economische unie en het toekennen van een internationaal statuut aan Jeruzalem.

Ten derde, aan de Veiligheidsraad werd opgedragen het verdelingsplan te verwezelijken, zo mogelijk met vreedzame middelen”.

Welnu, feit is dat aan geen van die voorwaarden ooit is voldaan. De Arabieren verwierpen het idee van verdeling in zijn geheel, zoals zij ook al eerder met dergelijke voorstellen hadden gedaan. De zionisten waren gekant tegen een concreet voorstel en aanbevolen grenzen, en zij waren verdeeld. Meer strijdbare groepen onder hen, stilzwijgend gesteund door de officiële zionistische structuur, begonnen begin 1948, nog voordat de verdeling zou ingaan, plannen te ontwikkelen en uit te voeren met een tweevoudige bedoeling, namelijk het gebied van de voorgestelde ‘joodse staat’ te vergroten, en de omvang van de daar wonende Arabische bevolking te verminderen.

De situatie eind 1947 en begin 1948 was volgens een kenner van het internationaal recht, Quincy Wright, ‘een burgeroorlog in rechtsbevoegdheden op het gebied Palestina’.

De situatie was zo ernstig en het verdelingsplan bleek zo weinig uitvoerbaar, dat de Veiligheidsraad op 1 april 1948 een resolutie aannam om in een speciale zitting van de Algemene Vergadering het probleem Palestina opnieuw te bekijken.

Die zitting vond plaats op 20 april, en vooral de VS pleitten voor het opgeven van de verdeling en het vestigen van een ‘trusteeship’ (organisatie van toezicht) van de VN over Palestina. Terwijl dit voorstel nog ter discussie stond, verklaarde de zionistische schaduwregering op 15 mei 1948 geheel eenzijdig de onafhankelijkheid van de staat Israël.[1]

2. Alle kritiek op Israël blijven afdoen als antisemitisme lijkt een zeer goed en afdoend middel te zijn om iedereen, links activist, moslimactivist, journalist, politicus, of Kerk in België het zwijgen op te leggen.

Zelfs Benoit Lannoo, als kerkhistoricus, springt in zijn pen om het zogenaamde antisemitisme de kop in te drukken. Het zou hem tot eer strekken als hij met evenveel energie en penkracht zou strijden om niet alleen het racisme te bestrijden dat aanleiding was tot de Holocaust, maar het huidige racisme dat elke dag duidelijker wordt in de Israëlische politiek en waar heel onze Belgische politiek en ook Kerk medeplichtig zijn door het laffe zwijgen.

Inderdaad de Holocaust is een enorme misdaad in onze geschiedenis, en waar tegen we alert moeten zijn op alle vlakken opdat herhaling zou vermeden worden. Maar gelijktijdig blind zijn voor het huidige racisme van de staat Israël, dat een land vernietigde en roofde, Palestina, en haar volk, de Palestijnen, tot in het diepste van hun mens-zijn en waardigheid niet alleen aantast, maar probeert te laten verdwijnen van de aardbol en dit op een zeer subtiele wijze, zodat het niet eens gemerkt wordt en niemand zich hiertegen verzet.

Woorden zijn niet voldoende, veroordelingen zonder daadkracht hebben geen waarde. Als je je als christen wenst te definiëren, moet je in de eerste linies van de strijd staan om dat onrecht, dat nu al meer dan 70 jaar bezig is, te doen stoppen. Getuigen zijn van wat er gebeurt, is niet voldoende. Zwijgen of anderen het zwijgen proberen opleggen, is medeplichtig zijn aan de misdaden tegen de menselijkheid die in Israël/Palestina voor onze ogen gebeuren.

Het gaat vandaag niet om de Holocaust die nu bijna 80 jaar geleden gebeurde, vandaag gaat het om de Palestijnse tragedie, waarvoor het grote publiek het hoofd afwendt, waarvoor politici en journalisten zich kronkelen om dit zo weinig mogelijk in de aandacht te brengen.

“De blokkering van het dagelijks leven, verdrijving van mensen, vernietiging van eigendommen in de Bezette Gebieden is inderdaad misdadig.” Inderdaad, zoals dhr. Lannoo schrijft: je hebt geen antisemitische ‘stijlfiguren’ nodig om dit aan te klagen! Maar wel mensen, historici, politici, journalisten, kerkleiders, die de moed hebben om dagelijks de juiste achtergrond van het conflict te brengen, die dagelijks oproepen om deze misdaden die voor onze ogen gebeuren, te stoppen. Dagelijks …!

Kent men de implicaties wel van het verdedigen van een joodse staat? Een joodse staat geeft alleen rechten aan joden en niet aan al zijn burgers. Dit is aldus het tegengestelde van een democratische staat, waarin alle burgers dezelfde rechten en plichten hebben. In de Natiewet van 2018 was Israël heel duidelijk: alle rechten enkel voor joden.

Laat het duidelijk zijn: Israël als joodse staat blijven verdedigen betekent dus dat je racisme en apartheid steunt!

Eisen dat Israël democratisch wordt, betekent niet dat je alle joden in de zee wenst te drijven, zoals de propaganda ons wil doen geloven. Het betekent alleen dat Joden en Palestijnen dezelfde rechten krijgen. Als dat zou gebeuren, is er geen ‘joodse staat’ meer, maar wel een democratische staat waar Joden en Palestijnen in vrede kunnen leven, met dezelfde rechten.

En niet alleen met woorden veroordelen, maar met daden, zoals tientallen jaren geleden de Apartheid in Zuid-Afrika werd gestopt door een boycot van Zuid-Afrika, zo moeten ook allen dezelfde, geweldloze acties ondernemen om Israël te dwingen democratisch te worden.

Wie Israël vandaag nog als een ‘normale’ staat behandelt en dus aan ‘normalisatie’ wil doen van bezetting en voortdurende etnische zuivering, moet dringend in eigen boezem kijken!


Wat is het beloofde land?

Al sinds de tijd van Abraham heeft God Zijn volk een eigen land beloofd. Het is een gedachte die de Joden generaties lang heeft beziggehouden. Het is een belofte die vandaag ook op ons van toepassing is: God heeft beloofd ons ‘een eigen land’ te geven. We moeten hierbij niet denken aan een stuk grond, maar aan een manier van leven die zijn weerga niet kent. Het is een plaats waar de zonde niet is en waar we met Christus regeren als koningen en priesters. Als we de Bijbel bestuderen, merken we dat dit een goede beschrijving is van de overwinning die we moeten ervaren in Christus. Maar we moeten erop voorbereid zijn dat er hier en daar reuzen zullen zijn die ons proberen tegen te houden om het Beloofde Land binnen te gaan. Theoretisch kan dit goed klinken, maar de praktijk is vaak anders. We hebben te maken met de realiteit van het leven, zoals ziekte, zonde, armoede, onderdrukking en angst. God heeft ons de overwinning beloofd, maar de duivel zal ons niet met rust laten. We lezen in Mattheus 11 vers 12: “En van de dagen van Johannes de Doper af tot nu toe wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en geweldenaars grijpen het’’. Dus om deel te hebben aan het Hemelse Koninkrijk (het Beloofde Land) moet je ‘gewelddadig’ worden en er beslag op leggen met vurige ijver. We moeten geen passieve houding aannemen en de foute gedachte hebben dat de duivel sterker zou zijn dan wij, want dat is niet waar. Jezus zei in Lukas 10 vers 19: ‘’Zie, ik geef u de macht om op slangen en schorpioenen te trappen en de macht over alle kracht van de vijand; en niets zal u schade toebrengen’’. Toen het volk Israël op het punt stond het beloofde land binnen te gaan, zei God tot hen: ‘’Wanneer u de Jordaan oversteekt naar het land Kanaän, dan moet u alle inwoners van het land van voor uw ogen verdrijven, en al hun beeldhouwwerken vernielen; ook moet u al hun gegoten beelden vernielen en al hun hoogten wegvagen. En u moet het land in bezit nemen en daarin wonen, want Ik heb u dit land gegeven om het in bezit te nemen’’. God beloofde niet dat de inwoners van het land zich zonder slag of stoot zouden overgeven. Hij zei dat ze er niet voor hoefden te vechten. Wat Hij wel beloofde was, dat als ze Hem zouden gehoorzamen, hij hen de overwinning zou geven. We hebben hier op aarde een strijd te voeren tegen de duivelse machten, maar we mogen weten dat Jezus hen ontwapend heeft door Zijn dood en opstanding. De duivel probeert ons wel met loze bedreigingen te intimideren. Zelfs loze bedreigingen kunnen ons verlammen als we die geloven. Het volk Israël werd hiermee geconfronteerd voordat ze het beloofde land binnen gingen. Mozes stuurde verspieders het land in en ze kwamen terug met een angstig bericht over reuzen die het land bezetten: “Wij hebben er ook reuzen gezien, nakomelingen van Enak, afkomstig van de reuzen. Wij waren in onze eigen ogen als sprinkhanen, en zo waren wij ook in hun ogen’’. (Numeri 13 vers 33). De Israëlieten lieten zich intimideren door dat bericht en ze gingen zichzelf zien als sprinkhanen. Gods belofte van de overwinning werd terzijde gelegd. In plaats van de boodschap van Jozua en Kaleb te geloven, geloofden ze de leugens van de duivel.. Hierdoor veroordeelden ze zichzelf tot een 40-jarig verblijf in de woestijn.Na die 40 jaar leidde God Zijn volk opnieuw naar het Beloofde Land. Hij gaf hun leider de volgende instructies: Wees sterk en zeer moedig, door te handelen overeenkomstig heel de wet die Mozes, Mijn dienaar u geboden heeft. Wijk daar niet van af, naar rechts of naar links, opdat u verstandig zult handelen overal waar u gaat’’. (Jozua 1 vers 7). God zei, dat om het Beloofde Land succesvol in te nemen, de Israëlieten sterk en heel moedig zouden moeten zijn. Hij vervolgt dan met hen te vertellen waar die moed vandaan zou komen, namelijk vanuit het Woord van God. God zei: “Dit boek met deze wet mag niet wijken uit uw mond, maar u moet het dag en nacht overdenken, zodat u nauwlettend zult handelen overeenkomstig alles wat daarin geschreven staat. Dan immers zult u uw wegen voorspoedig maken en dan zult u verstandig handelen’’. (Jozua 1 vers. Ze moesten het Woord voortdurend in hun mond en in hun gedachten houden. Ze moesten zich herinneren dat God aan hun kant stond en dat ze zichzelf niet als sprinkhanen moesten zien, maar als reuzen in Hem! Ook wij staan voor het Beloofde Land. De Heere Jezus heeft de satan verslagen en Hij heeft ons de overwinning beloofd als we ons onderwerpen aan Hem en in opstand komen tegen de satan. We lezen in Jacobus 4 vers 7: “Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten’’. Hiervoor hebben we de moed en het geloof van Jozua nodig. We moeten ons wapenen voor de strijd door te leven vanuit Gods Woord en ons daardoor laten inspireren elke dag opnieuw. Hij zal ons voorbereiden op wat komt en ons helpen om door geloof ieder obstakel te overwinnen. We mogen ons laten bemoedigen door de woorden uit Jozua 1 vers 9: “Wees sterk en moedig, schrik niet en wees niet ontsteld, want de HEERE, uw God, is met u, overal waar u heengaat.”

Spread the love

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *