Dagboek 5e dag week 31

Artsen registreerden in maart en april 8300 coronadoden

DEN HAAG (ANP) – Onderzoekers tellen 8300 mensen die in maart en april zeker of vermoedelijk zijn overleden aan het coronavirus. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het bureau heeft de doodsoorzaakverklaringen van artsen over die maanden voor het eerst bestudeerd. Daardoor is dit de meest precieze inschatting van het aantal sterfgevallen door corona tot nu toe. De onderzoekers tellen 6331 sterfgevallen waarbij een arts zeker wist dat het coronavirus de oorzaak was. Daarnaast hadden artsen in 1956 gevallen op basis van het ziektebeeld het vermoeden dat iemand was overleden aan Covid-19. Het CBS deed deze inschattingen op basis van ongeveer 95 procent van de doodsoorzaakverklaringen. Die heeft het bureau namelijk nog niet allemaal ontvangen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en CBS wisten tot nu toe alleen hoeveel mensen aan Covid-19 waren overleden die daarop waren getest. Daardoor bleven de mensen buiten beeld die wel aan het virus zijn overleden, maar niet waren getest. Cijfers verschillen De onderzoekers hebben de periode van 2 maart tot en met 26 april bestudeerd om de cijfers van het RIVM en CBS met elkaar te kunnen vergelijken. Bij het RIVM zijn 4890 mensen bekend die in deze periode zijn overleden aan het coronavirus. Het CBS weet van 5995 mensen die toen volgens artsen zeker aan corona zijn overleden en 1891 mensen bij wie dat vermoedelijk de oorzaak was. Een arts kan alleen met zekerheid vaststellen dat een patiënt is overleden aan het coronavirus als die daarop is getest. Dat zou dan ook bekend moeten zijn bij het RIVM. Daarom is het opvallend dat de cijfers over de vastgestelde coronadoden van het RIVM en CBS zo uiteenlopen, ziet ook CBS-socioloog Tanja Traag. Mogelijk hebben artsen soms zonder test vastgesteld dat een patiënt was overleden aan Covid-19. Ook zou het kunnen dat informatie over tests niet altijd is doorgekomen bij het RIVM. Of dit is voorgevallen en hoe vaak is nog niet bekend. Het CBS heeft ook bekeken hoe vaak mensen aan andere oorzaken zijn overleden in maart en april. Dan valt op dat vergeleken met dezelfde periode vorig jaar minder mensen zijn overleden aan hart- en vaatziekten en kanker. Traag vermoedt dat dit komt omdat sommige mensen die leden aan deze ziekten, vatbaarder waren voor het coronavirus en daar uiteindelijk aan zijn overleden. Maar dat valt op basis van de nu bekende gegevens niet met zekerheid te zeggen. Het aantal zelfdodingen en verkeersdoden week niet veel af van vorig jaar.

Meer dan 300 nieuwe coronabesmettingen in Nederland

© Aangeboden door Belga

Tussen gisterenochtend en vanochtend zijn in Nederland 342 nieuwe coronagevallen vastgesteld, het hoogste aantal sinds begin mei.

De afgelopen vier dagen lag het aantal nieuwe gevallen boven de 200, nu komt het voor het eerst boven de 300. In de afgelopen zeven dagen zijn 1.559 mensen positief getest.

De grootste besmettingshaard is Rotterdam-Rijnmond. Daar zijn 94 infecties bijgekomen, het hoogste aantal sinds half april. Amsterdam-Amstelland noteerde vandaag 72 nieuwe besmettingen. Dat is meer dan twee keer zo veel als een dag eerder.

Ook het aantal ziekenhuisopnames is in de afgelopen weken iets gestegen. Tussen 29 juni en 5 juli werden vijf mensen in een ziekenhuis opgenomen, dus minder dan één per dag. Vorige week kwamen negentien mensen in een ziekenhuis te liggen, bijna drie per dag. Daar staat tegenover dat andere patiënten opgeknapt het ziekenhuis hebben kunnen verlaten.

Dagboek 4e dag week31

RIVM: bewijs voor nut mondkapjesplicht ontbreekt

DEN HAAG (ANP) – Het RIVM ziet ook op basis van de nieuwste wetenschappelijke gegevens geen bewijs om het dragen van niet-medische mondkapjes verplicht te stellen. Dat zei corona-adviseur van het instituut Jaap van Dissel na een bijeenkomst met de voorzitters van de veiligheidsregio’s en minister Tamara van Ark (Medische Zorg). Van Ark benadrukte dat het houden van 1,5 meter afstand “het meest effectief” is tegen corona. Volgens haar is het daarom belangrijk nu in te zetten op het beïnvloeden van gedrag, zodat meer mensen zich aan de regels houden. “We mogen niet verslappen met elkaar. Vooral op regionaal niveau moet daarom gekeken worden welke middelen hier toereikend voor zijn. We moeten dat instrumentarium stevig onder de loep nemen.” Ook Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen en voorzitter van het Veiligheidsberaad, zei dat men “alles uit de kast moet halen om gedrag weer goed te krijgen.” Hij denkt daarbij onder andere aan publiekscampagnes, maar ook op het gericht aanspreken van bepaalde doelgroepen zoals jongeren. “Het belangrijkste is dat regio’s de ruimte hebben om op te treden.” Ook terugkerende toeristen zijn volgens Bruls een punt van zorg. Donderdag maakt het kabinet daar meer over bekend.

Dagboek 3e dag week 31

Vandaag vroeg in de morgen hoorde ik dat er een medicijn is tegen de Corona ?

Was dit nep of echt?

Het effect van de behandelmethode komt naar voren in een internationaal onderzoek waaraan het ziekenhuis Zuyderland uit Heerlen en Geleen heeft meegedaan. De uitkomsten zijn dinsdag naar buiten gebracht door EULAR, een internationale medische organisatie die zich normaal bezighoudt met onderzoek naar reuma en is te lezen op BMJ journal.
De studie behelst 172 ernstig zieke coronapatiënten (Covid-19). Van de opgenomen corona-patiënten ondergaat ongeveer een kwart een cytokinestorm. De artsen gaven deze groep patiënten een hoge dosis methylprednisolon en, indien nodig, tocilizumab. Deze afweer-onderdrukkende medicijnen bestrijden dus het op hol geslagen afweersysteem.
Hierdoor is de kans op herstel 79% hoger en treedt het herstel ook zeven dagen eerder op (van 14 naar 7 dagen). De kans op overlijden is 65% minder en de kans om op ic komen te liggen met beademing is 71% lager.
Goedkoop en wereldwijd voorradig
Dit is wereldwijd de eerste gepubliceerde en door middel van een controlegroep degelijk onderbouwde medicamenteuze behandeling bij COVID-19 met effect op de sterfte. De groep patiënten (86 personen) bij wie deze behandelstrategie is toegepast volgens geldend protocol, is vergeleken met een zo goed mogelijk vergelijkbare groep patiënten (86 personen) die de standaard zorg hebben gekregen.
Naast al dit hoopvolle nieuws is er nog meer goed nieuws: Methylprednisolon is wereldwijd beschikbaar en kost weinig. Dat betekent dat ernstig zieke coronapatiënten ook in lage-inkomenslanden in Zuid-Amerika, Azië, Afrika en het Midden-Oosten behandeld kunnen worden. Het andere middel, tocilizumab, is wel prijzig, maar hoeft minder vaak gebruikt te worden.
’Nu veel levens redden’
Het Zuyderland in Geleen is in ons land het zwaarst getroffen ziekenhuis in aantal corona-patiënten en zorgzwaarte. Er zijn 750 corona-patiënten opgenomen geweest, waarvan 120 op de intensive care. Volgens de artsen en onderzoekers kan het vermoeden op een cytokinestorm eenvoudig getest worden. De artsen vinden dat “het nú zaak is om COVID-19 patiënten met cytokinestorm te behandelen op basis van degelijke en goed onderbouwde second-best-information en veel levens te redden, vooral in landen waar de coronacrisis nog niet over zijn hoogtepunt heen is, zoals de Verenigde Staten, Zuid-Amerikaanse landen zoals Brazilië en Mexico, India en delen van Afrika.

Dagboek 2e dag week 31

Wat hun boodschap is, is angst niet toe te laten.

Nu zijn er ook ander groepen die gaan en aan het demonstreren zijn.

Het gaat vooral over de vaccinatie, vaccin de Mexicaanse griep die ook niet veilig was, waar ook door de farmaceutische industrie was gegarandeerd dat het wel veilig was. De farmaceut moet veiligheid garanderen en het laten zien is de afspraak.

Elke 2 jaar moeten vaccins getest zijn op veiligheid, dit heeft de farmaceutische industrie nog nooit uitgevoerd. Dus waar gaat het dan alleen om?

Geld! Een mensenleven is niets waard.

Spanje wil een basis inkomen en dit moet de Nederlander betalen. Dit gaat per huishouden 4000,= euro kosten, ze kunnen het ook lenen? en dan ook nooit terug betalen, is dit dan de oplossing. Het gaat totaal niet meer over hulp bij Corona crisis.
Uit eindelijk gaat de EU bepalen of we betalen of niet, wie zei ook alweer dat dit niet zo’n vaart zou lopen?

Dagboek 1e dag week31

viruswaanzin ook in België actief wordt waarschijnlijk Viruswaarheid

PCR testen en de risico’s daarvan

Hieronder even een lijstje, wie hebben er gelijk?

noten:
[1] en [2] NRC: Shit, ik ben politiek activist geworden
[3] Volkskrant: In de rechtbank stoort Viruswaanzin zich eerst aan het spatscherm, en dan aan de rechter
[4] Klopt Dat Wel: De denkfouten van Willem Engel over het coronavirus
[5] Van Eijck: Het reproductiegetal
[6] Karin Spaink: Waanzin
[7] Socialisme.nu: Extreemrechts anti-lockdownprotest is een waarschuwing
[8] Joke Kaviaar: Aluhoedjes en extreem-rechts: een gevaarlijke mix
[9] 02:58 op deze video: Viruswaanzin op facebook
[10] Follow The Money: Het ‘alternatieve RIVM’ van Willem Engel en zijn strijd tegen de staat
[11] NRC: ‘Er is veel onvrede. Deze beweging wordt groot’
[12] ED: Boze bouwers sluiten zich aan bij coronaprotesten


Wie zei er ook alweer dat het niet goed gaat met Tesla, of is dit gewoon het boycotten van deze fabriek, misschien omdat deze beter is dan welke fabriek dan ook?

HOME » TECH » 


TESLA LIJKT EINDELIJK IN STAAT OM MASSAAL GOEDE AUTO’S TE PRODUCEREN

Tesla lijkt steeds beter in staat om iets te doen dat voor andere automakers heel gewoon is: massaal auto’s produceren

Profielfoto Matthew DeBordMatthew DeBord26 jul 2020Deel dit artikel.

Een Tesla-fabriek

Foto: Tesla

Van Tesla werd vaak gezegd dat het bedrijf niet goed is in de massaproductie van auto’s.

Maar de maker van elektrische auto’s uit Californië heeft de productie opgevoerd, leverde in 2019 zo’n 250.000 auto af en krijgt steeds meer erkenning voor de kwaliteit van de productie

Het bedrijf van ondernemer en techmiljardair Elon Musk maakt zich nu klaar voor uitbreiding van de productie in de VS, China en Duitsland.

ANALYSE – Hoewel consumenten dol zijn op de Tesla, was een veel gehoorde kritiek dat het bedrijf worstelde met wat topman Elon Musk aanduidde als de ‘productiehel’ – en wat de concurrentie gewoon het maken van auto’s noemt. 

In 2017 lukte het Tesla niet om de nieuwe productielijn voor de Model S in de fabriek in Fremont goed te automatiseren. De plannen van Musk werkten niet. Om de productie van de Model S gaande te houden moest er een provisorische assemblagelijn worden opgetuigd onder een tent op de parkeerplaats. 

De tent, die nog steeds in gebruik is, bleek een innovatieve oplossing voor een acuut probleem en hielp Tesla in 2019 bij het afleveren van zo’n 250.000 auto’s . Het onderstreepte ook hoe snel het bedrijf leerde en zich ontwikkelde. Een leercurve die experts verbaasde.

In de afgelopen decennia hebben autobouwers het assemblageproces van tienduizenden onderdelen van over de hele wereld teruggebracht tot iets dat een bijzaak is. Ze kondigen een nieuw model aan en een jaar later staat dat zoals gepland in de showroom. 

Elon Musk houdt van fabricage 

Foto: Tesla

Tesla presenteerden afgelopen woensdag de resultaten over het tweede kwartaal. Die waren beter dan analisten hadden verwacht. Bij een toelichting op de cijfers presenteerden Musk en zijn team ook de plannen  voor nieuwe fabrieken.

Nog maar een paar jaar terug leidde het commentaar van Musk op zijn productieplannen tot meewarige blikken. Maar medio 2020 is het toekomstperspectief voor de productiecapaciteit van Tesla een stuk zonniger. 

De oude kritiek dat auto’s van Tesla niet voldoen aan de standaard kwaliteitsnormen snijdt geen hout meer. De kwaliteit van de auto’s maakt tegenwoordig zelfs indruk op uitgesproken sceptici, zoals de voormalige topman van General Motors Bob Lutz.

Een deel van de problemen van Tesla kwam ook voort uit een historische erfenis: Musk had voor de productie in Californië oude fabrieken overgenomen van General Motors en Toyota. Die werden gekocht na het (tijdelijke) faillissement van GM tijdens de kredietcrisis van 2009.

De Tesla-fabriek in Fremont is niet ideaal voor het soort fabricage dat Tesla in gedachten heeft. Modernere fabrieken, zoals de Gigafabriek in Nevada en locaties in Shanghai, Berlijn en Austin, zullen vanaf de start optimaal worden ingericht voor wat we het productiesysteem van Tesla kunnen noemen. 

De “machine die een machine bouwt”

Foto: REUTERS/Yilei Sun

Volgens een ruwe schatting kan elk van de drie nieuwe fabrieken van Tesla zo’n 250.000 auto’s per jaar maken, waarmee de totale productie van Tesla boven de miljoen auto’s per jaar komt. Dat is nog fors minder dan de bijna acht miljoen voertuigen die General Motors afgelopen jaar bouwde en verkocht. 

Maar Tesla blijft gefocust op het ontwikkelen van een goede batterij en domineert de gestaag groeiende mondiale markt voor elektrische auto’s. 

Hoe kan dat? Nou, Musk is oprecht geobsedeerd door het fabricageproces. “We besteden zeer veel aandacht aan het productieproces, de machine die de machine bouwt,” zei hij afgelopen woensdag. 

“We worden steeds beter in het maken van auto’s. Je kan dat zien in…. Shanghai. Je zal het nog beter kunnen zien in Berlijn. En we veranderen het ontwerp van Model 3 om ‘m beter in elkaar te kunnen zetten.”

“We houden er echt van om auto’s te bouwen,” voegde hij eraan toe. “Het is geweldig. En ik denk echt dat meer slimme mensen in de maakindustrie moeten gaan werken.” 

Wat Musk hier waarschijnlijk bedoelde, is dat productie van auto’s een gecompliceerd proces is dat meer talent aan zou moeten trekken, zeker nu automatisering een steeds grotere factor wordt.

Het resultaat van de uitbreidingsplannen is dat Tesla binnenkort productielocaties heeft aan de oost- en westkant van de VS, alsook in Europa en China. Op de korte termijn kost het uiteraard miljarden om de uitbreiding van de productiecapaciteit te realiseren. 

De uitbreiding zorgt echter voor schaalvoordelen die het bedrijf nodig heeft om stabiele winsten te genereren. En, nog belangrijker, dit geeft het bedrijf ook de mogelijkheid om auto’s tegen lagere prijzen te leveren, iets wat Musk graag wil bereiken.

Dat laatste betekent een verdere groei van het marktaandeel van Tesla en een grotere voorsprong op gevestigde automerken die, als het aankomt op elektrische auto’s, nog sterk in de ontwikkelingsfase zijn

De glazen brug over de Lianjiang-rivier in China met 526 meter officieel de langste glazen brug ter wereld.

China telt inmiddels meer dan 2.300 glazen bouwwerken. Provincies spelen zo in op het toenemende binnenlandse toerisme.

Vraag is hoe veilig de transparante trekpleisters zijn. In het verleden zijn er meerdere incidenten geweest, soms met dodelijke afloop.

China krijgt geen genoeg van glazen bruggen. Deze week opende een nieuwe angstaanjagende attractie de deuren met een lengte van maar liefst 526 meter, meldt South China Morning Post.

Daarmee is dit officieel de langste glazen brug ter wereld. Officials van Guinness World Records waren bij de opening aanwezig om dat te bevestigen.

De glazen brug overspant de Lianjiang-rivier nabij Lianzhou, een stad in de zuidelijke provincie Guangdong met zo’n 500.000 inwoners. Er zijn vier observatiedeks die in totaal plek bieden aan 500 toeristen.

Bij de opening reden zelfs auto’s over de brug, waaraan drie jaar is gebouwd. De totale kosten bedroegen volgens South China Morning Post 300 miljoen yuan, omgerekend zo’n 37 miljoen euro.

Het brugdek is gemaakt van drie lagen gelamineerd glas met een dikte van 4,5 centimeter. Het glas laat 99,15 procent van het licht door, zodat waaghalzen schitterend zicht hebben op de vallei beneden.

Bekijk de onderstaande video van de opening om een indruk te krijgen van dit adembenemende staaltje bouwkunst:

De transparante trekpleister bij Lianzhou is zeker niet de eerste in China. Het land telt inmiddels al meer dan 2.300 glazen bouwwerken. Provincies proberen zo in te spelen op het groeiende binnenlandse toerisme in China.

Daar zitten bijzondere exemplaren tussen, zoals het wandelpad langs een rotswand in het Taihang-gebergte op meer dan 1.000 meter hoogte. Tijdens de rondwandeling lijkt het glas opeens te breken, inclusief krakend geluid. De animatie jaagt nietsvermoedende toeristen de stuipen op het lijf.

Hoe veilig zijn China’s glazen bruggen?

Chinese bestuurders haalden de afgelopen jaren alles uit de kast om de veiligheid van de doorzichtige bouwwerken aan te tonen. Met een SUV van meer dan 2.000 kilo eroverheen rijden? Geen probleem! Met een sloophamer op het brugdek inhakken? Kan-ie ook hebben.

Toch waren er de nodige incidenten. Zo moest de glazen brug van Zhangjiajie dertien dagen na de opening in augustus 2016 alweer sluiten wegens extra veiligheidsinspecties. De 385 meter lange brug trok veel meer bezoekers dan verwacht en kon de belasting niet aan.

In andere provincies zijn er zelfs toeristen overleden bij glazen attracties. Bij een ongeluk in 2019 met een glazen glijbaan van 260 meter kwam een man om het leven en raakten zes anderen gewond. Het glas was door regenval extra glad geworden, waarna de man door de railing vloog. Hij overleed aan ernstige hoofdwonden.

De provincie Hebei sloot vorig jaar om veiligheidsredenen alle 32 glazen bouwwerken. Dit na een oproep van de Chinese overheid om alle glazen constructies uitgebreid te controleren.

Lees meer over reizen in China:

Dagboek 7e dag week 30

In één week tijd 805 nieuwe besmettingen in Antwerpen, in geen andere provincie stijgt aantal sneller

Vandaag om 08:41 – Print – Corrigeer

In één week tijd 805 nieuwe besmettingen in Antwerpen, in geen andere provincie stijgt aantal sneller

ANTWERPEN – 

Tussen 16 en 22 juli is het gemiddeld aantal besmettingen met het coronavirus gestegen naar 255,3 per dag. Dat is een stijging met 71 procent tegenover de week voordien. Dat blijkt zondagochtend uit de gegevens van het online dashboard van gezondheidsinstituut Sciensano. In de provincie Antwerpen stijgt het totale aantal besmettingen met 805 in één week.

Ook het aantal nieuwe gevallen per 100.000 inwoners blijft stijgen in ons land. In de periode van twee weken tot en met 22 juli gaat het om 24,6 gevallen. Zaterdag lag dat cijfer nog op 21,2.

De teller van het aantal besmettingen staat nu op 65.727. Dat zijn er 528 meer dan de 65.199 besmettingen die Sciensano zaterdag rapporteerde.

In Antwerpen steeg het totale aantal gevallen in de voorbije zeven dagen waarvoor geconsolideerde gegevens beschikbaar zijn met 805 (+520 in vergelijking met de week ervoor). Op 22 juli werden in ons land 534 nieuwe besmettingen vastgesteld, bijna de helft daarvan (264) werd genoteerd in de Antwerpen. Na Antwerpen is de hoogste stijging in één week in Limburg geregistreerd tot 139 gevallen (+47). Enkel in Brussel (-6) en Waals-Brabant (-3) is de trend negatief.

In Antwerpen waren er in diezelfde zeven dagen 42,7 besmettingen per 100.000 inwoners. Nergens anders in ons land stijgt die incidentie boven de 20 per 100.000 inwoners. Limburg, met 15,7 besmettingen per 100.000 inwoners, heeft het op een na hoogste cijfer.

Verder zijn er zaterdag 19 nieuwe ziekenhuisopnames gemeld in België, 31 patiënten werden uit het ziekenhuis ontslagen. Dat brengt het totale aantal opnames op 212. Daarvan liggen er 45 op intensieve zorgen, 4 meer dan een dag eerder. Er zijn tot slot 9.821 dodelijke slachtoffers te betreuren als gevolg van het coronavirus. Dat zijn er 4 meer dan een dag eerder.

LEES OOK. 109 besmette Belgen dienen klacht in tegen Tirol: het hotel had hen verzekerd dat er geen corona was

De uitbraak roept herinneringen op aan het Oostenrijkse skidorp Ischgl. Bij het begin van de eerste golf brachten veel skiërs het virus van daaruit mee naar hun thuisland.

Deze keer gaat het om medewerkers van verschillende hotels, vaak stagiairs. Omdat ze tijdens het werk een mondmasker droegen, wordt het risico op besmetting van toeristen laag ingeschat.

In het dorp werden twee bars gesloten en een campagne opgestart bij het hotelpersoneel. Er komen ook al annuleringen binnen van overnachtingen in Sankt Wolfgang. Andere toeristen keren vervroegd naar huis.

Ook in Oostenrijk gaat het aantal besmettingen weer omhoog. Het dagelijkse aantal ligt nu boven de honderd.

Eerste mogelijke geval van corona in Noord-Korea

In Noord-Korea is een eerste mogelijke coronabesmetting vastgesteld. Dat meldt het Noord-Koreaanse staatsagentschap KCNA. De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un heeft meteen de noodtoestand uitgeroepen in de stad Kaesong waar de mogelijke besmetting is vastgesteld.Volgens de staatsmedia is de vermoedelijke besmetting vastgesteld bij iemand die op 19 juli illegaal de militaire demarcatielijn is overgestoken nadat hij drie jaar geleden naar het zuiden was gevlucht.Als het effectief gaat om corona, zou het gaan om de eerste officiële geval van corona in Noord-KoreaDe Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un heeft meteen een spoedberaad gehouden en heeft beslist om de noodtoestand uit te roepen en de grensstad Kaesong te blokkeren.

De komma van ijzer in spinazie en Popeye – de mythe

Jan Willem NienhuysGezondheidKruidenMediaMysteries

Spinazie bevat eigenlijk niet zoveel ijzer. Het tegenovergestelde idee wordt toegeschreven aan een domme drukfout uit de negentiende eeuw. De maker van Popeye zou het vermeende hoge ijzergehalte hebben gepopulariseerd. Dit verhaal raakt kant nog wal, maar het is een hardnekkige mythe, waarvan de oorsprong pas recent ontrafeld is door Mike Sutton.

Eerst maar de feiten over spinazie. Verse, net geplukte spinazie bevat 2,75 mg ijzer per 100 gram. Gekookte spinazie is al wat vocht kwijt (met daarin trouwens nogal wat mineralen), en die bevat 3,57 mg per 100 gram. Als men de spinazie in gedroogde vorm nameet, komt er ongeveer 45 mg per 100 gram uit. De gekookte spinazie bevat daarmee ongeveer even veel ijzer als rundvlees, maar dat wekt een verkeerde indruk. Het ijzer in spinazie en andere plantaardige bronnen is niet in de vorm waarin het zich in vlees bevindt (heemijzer), en kan daardoor niet goed worden opgenomen. Het oxaalzuur dat ook in spinazie zit, maakt de opname nog moeilijker. Feitelijk kan maar hooguit een zesde van het ijzer in spinazie door de darmen worden opgenomen, en afhankelijk van de ijzerbehoefte van het lichaam en het overige voedsel misschien zelfs maar 2 percent. (Er wordt meer opgenomen als men meer behoefte heeft, en in een zure omgeving wordt non-heemijzer iets beter opgenomen, maar in geval van bloedarmoede zet dat geen zoden aan de dijk.) Wie ijzer wil bijspijkeren, moet bloedworst of varkenslever (beide ongeveer 20 mg per 100 gram) overwegen. Van het heemijzer wordt ongeveer een kwart opgenomen.

De Britse criminoloog Mike Sutton (foto) heeft het helemaal uitgezocht. Ik herinner me nog hoe Hans van Maanen in zijn Kleine Encyclopedie van Misvattingen liet doorschemeren het drukfoutverhaal niet te geloven. Als u alle details wilt weten, kunt u de twee artikelen van Sutton op internet nalezen. Ik geef een overzicht in de vorm van een uitgebreide tijdlijn.

De artikelen zelf zijn:
SPINACH, IRON and POPEYE: Ironic lessons from biochemistry and history on the importance of healthy eating, healthy scepticism and adequate citation (15.000 woorden; Sutton kort de mythe als SPIDES af);
The Spinach, Popeye, Iron, Decimal Error Myth is Finally Busted (4000 woorden).

1871. De Duitse landbouwscheikundige Emil Theodor von Wolff (1818-1896) publiceert een boek getiteld Aschen-Analysen von landwirthschaftlichen Producten, Fabrik-Abfällen und wildwachsenden Pflanzen. In het Zweiter Theil (1880), met onderzoeken uit de periode 1870-1880, vinden we op pagina 147 een tabel, waarin staat dat 1000 gram droge bestanddelen (van Spinat) 164,8 gram as oplevert, waarvan dan 5,52 gram Fe2O3 is. Dat komt volgens mij neer op 386 milligram ijzer per 100 gram droge stof. Op pagina 128 vermeldt een dergelijke tabel dat het gehalte ijzer(III)oxide van de as 3,35 procent is, eveneens overeenkomende met 386 mg ijzer per 100 gram droge stof (bijna 10 maal de moderne waarde). Dit is het gemiddelde van twee analyses, zie verder hieronder. Op pagina 101 van het eerste deel uit 1871 staat ook een tabel met twee metingen, die resulteren in respectievelijk 238 en 537 mg per 100 gram droge stof; deze metingen zijn ontleend aan literatuur van omstreeks 1850, de tweede meting geeft ook een hoeveelheid per ‘vers’ materiaal, omgerekend 50 mg per 100 gram verse spinazie. De twee rijen gegevens uit het eerste deel (voor spinazie) zijn gewoon gemiddeld om de ene rij gegevens voor het tweede deel te verkrijgen; het is dus niet verwonderlijk dat 386 vrijwel exact het gemiddelde is van 238 en 537. De reden om zoveel aandacht aan von Wolff te besteden zal bij ‘1972’ blijken. (Noot: ik heb me diverse malen verrekend met al deze getallen, maar de lezer kan het zelf allemaal narekenen met het gegeven dat een gegeven gewicht ijzer(III)oxide 0.6994 delen ijzer bevat.)

1885. Pas vanaf ongeveer dit jaar hebben voedingsdeskundigen specifiek belangstelling voor ijzer in voedsel.

1892. Gustav von Bunge (foto, 1844-1920), professor te Bazel maar van Duits-Baltische afkomst en geboren in Dorpat in het huidige Estland, rapporteert (misschien ook in Lehrbuch der physiologischen und pathologischen Chemie, eerste druk 1887) dat 100 gram verse spinazie 4,3 mg ijzer bevat (dat is maar 60 procent te veel). Op p. 409 in de vierde verbeterde druk van 1898 staat 33-39 mg per 100 gram droge stof. Dat is vrijwel de moderne waarde.

1902. Bunges boek wordt vertaald als Textbook of Physiological and Pathological Chemistry.

1907. De Amerikaan H.C. Sherman vermeldt in Iron in Food and Its Functions in Nutrition dat de analyses van as, zoals die van von Wolff rapporteert, wat betreft ijzer niet betrouwbaar zijn. Hij citeert von Bunge (1892). Merk op dat foute waarden van von Wolff ten eerste zijn overgenomen uit oudere literatuur, en dat ten tweede de fouten niet een kwestie zijn van het verkeerd afdrukken van een komma.

1909. E. Haensel (Über den Eisen- und Phosphorgehalt unser Vegetabilien, Biochermische Zeitschrift: Beiträge zur chemischen Physiologie und Pathologie, 1909, vol. 16, p.9-19 geeft ook waarden voor ijzer in spinazie, zowel droog als vers, eveneens bepaald met de asmethode. Haensel doet kennelijk de bepalingen in tweevoud (voor 27 verschillende plantaardige voedingsmiddelen). Zijn kernwaarden zijn de volgende (ik geef de tweede van zijn waarden telkens in haakjes): 8,07% droge substantie; na verbranding blijkt 1,6559% (1,6535%) van het oorspronkelijke verse gewicht het gewicht van de as te zijn; na analyse zou de as 0,03631% (0,03551%) ijzeroxide te hebben bevat. Het ijzeroxide kan men uiteraard ook uitrekenen als percentage van de droge stof (dat geeft 0,450% respectievelijk 0,440%) en van de as (2,1937% respectievelijk 2,1476%). Middelen geeft 445 mg ijzer(III)oxide (dus 311 mg ijzer) per 100 gram droge stof en 35,91 mg ijzer(III)oxide (25,12 mg ijzer) per 100 gram verse substantie. Het ijzer(III) maakt gemiddeld 2,17065% uit van de as. Beide waarden zijn ruwweg een factor 10 te hoog. Haensel verwijst (zonder getallen te noemen) naar een publicatie van G. von Bunge uit 1901.

1920. De Duitse arts professor Carl Harko von Noorden (foto rechts, 1858-1944) en Hugo Salomon citeren in hun Handbuch der Ernährungslehre. Erster Band, Allgemeine Diätetik een aantal waarden voor het ijzergehalte van spinazie, maar niet die van von Wolff. Op p. 476-477 geven ze eerst een tabel op basis van publicaties uit 1917 en 1913. De eerste tabel geeft 44-60 mg ijzeroxide (=31-42 mg ijzer) per 100 gram voor de verse spinazie. Vervolgens geven ze een tweede tabel ontleend aan bovengenoemde publicatie van E. Haensel (1909), en daar staan de gemiddelde waarden (35,9 mg en 445 mg ijzeroxide voor verse repectievelijk droge stof). De auteurs zeggen dat de waarden speciaal voor ijzer erg onbetrouwbaar zijn. Zo staat er voor tomaten in de eerste tabel een ruim 30 maal zo hoge waarde als in de tweede tabel, terwijl voor selderijbladeren de eerste tabel een factor 7 minder uitkomt als de tweede tabel. Noorden en Salomon citeren ook een artikel van von Bunge uit 1895, maar geen getallen van von Bunge. Kortom, rond 1920 was er nog geen wetenschappelijke eensgezindheid over hoe men het ijzergehalte van plantaardig materiaal moest bepalen en men wist ook dat de bepalingen onbetrouwbaar waren. Misschien hangt de hoeveelheid ijzer bij sommige planten ook nog af van de manier waarop ze geteeld zijn, zo geeft de eerste tabel voor verschillende soorten uien 2,4 mg/100g en 30 mg/100g en de tweede tabel (waarvan de metingen allemaal op dezelfde manier zijn gedaan) voor de ene soort aardappelen 20,0 mg/100g en voor de andere soort 11,3 mg/100g.

1919. Elzie C. Segar begint met het tekenen van een strip over kapitein Castor Oyl en zijn dochter Olive Oyl.

1927. Men realiseert zich dat spinazie bètacaroteen (een voorloper van vitamine A) bevat en dus een geschikte bron van vitamine A in het dieet is. De vitamine A zelf is ongeveer tien jaar eerder ontdekt.

1928. Er is in de VS al sinds 1915 een campagne aan de gang om gezond eten te bevorderen, en meer speciaal het idee dat een maaltijd groene groenten moet bevatten zoals broccoli en spinazie.

1929. Popeye verschijnt in de strip van Segar als matroos. Op 22 juli 1929 verschijnt er een Miss Spinach in de strip van Popeye. Popeye is van het begin af aan een krachtpatser.

1931, 1932. Popeye verklaart dat hij een man van ijzer is.

1931-1933 Popeye hamert er regelmatig op dat groenten zo gezond zijn en spoort kinderen aan die te eten. In 1931 zegt hij al dat hij zo sterk is doordat hij spinazie eet. Op 3 juli 1932 zegt hij ook expliciet waarom (als een vrouw hem vraagt of hij soms een paard is omdat hij bezig is een spinazieveldje leeg te eten): spinazie bevat vitamine A. Dat is ook de eerste keer dat we hem in de strip spinazie zien eten. Zie afbeelding (ontleend aan het artikel van Sutton).

1933. De film Popeye the Sailor wordt uitgebracht door de Fleischer Studios, van Max Fleischer.

1934. W.C. Sherman, C.A. Elvehjem en R.B. Hart, Amerikaanse chemici uit Wisconsin, geven als ijzergehalte voor spinazie 53 mg per 100 gram, misschien bedoelden ze gedroogd materiaal, maar het lijkt net of ze verse spinazie bedoelen. Elvehjem was in 1928 coauteur van een artikel waarin 6,6 mg per 100 gram van niet-gedroogde spinazie wordt gemeld.

1935. De Science News Letter van 17 augustus maakt aan een breed publiek bekend dat maar 25 percent van het ijzer in spinazie kan worden opgenomen door het lichaam. Kinderen die geen trek hebben in spinazie, hebben dus een beetje gelijk. En: ‘It just can’t be spinach that enables Popeye the Sailor to perform those red blooded feats in the movies. For spinach contains iron, but …’. Daar hebben we dus de eerste keer dat er een verband gelegd wordt tussen de spinazie van Popeye en ijzer.

1936. C. Kohler, tezamen met dezelfde Elvehjem en Hart (1934) zeggen in een artikel dat je voor de bepaling van het ijzergehalte beter van verse spinazie kunt uitgaan, en vervolgens geven ze 35,2 mg per 100 gram gedroogd product. Geen van deze Amerikaanse auteurs noemt von Wolff.

1941. In een Amerikaans medisch tijdschrift stelt een artikel getiteld ‘Common Nutritional Fallacies’ dat spinazie rijk is aan ijzer. Kennelijk dringen nieuwe ontdekkingen niet zo vlug door.

1971. R. Hunter schrijft in The Lancet: ‘Why Popeye Took Spinach’. Hij denkt dat Max Fleisher [sic] Popeye bedacht heeft en vanzelfsprekend de beroemde matroos spinazie liet eten omdat die vanaf 1920 als bron van calcium en ijzer gepropageerd werd.

1972. Intreerede van Arnold E. Bender (1918-1999) als hoogleraar Voeding en Diëtetiek in Queen Elizabeth College in London. Bender zegt dat von Noorden en Saloman [sic] foute gegevens hebben overgenomen van Emil von Wolff. Bender zegt dat hij het heeft gehoord (waarschijnlijk een mondelinge mededeling van de Nederlandse professor Den Hartog). Hij zegt dat in 1937 een zekere Duitse professor Schupan ijzer met een andere methode had gemeten en op een tiende van de waarde van von Wolff uitkwam: ‘the fame of spinach may well have grown from a misplaced decimal point.’ Bender zegt niet letterlijk dat von Wolff de komma verkeerd zette, hij oppert het als een vermoeden en hij laat doorschemeren dat het niet om een soort drukfout ging maar om een experimentele fout. In de tijd van Bender waren de laatste gegevens dat het ijzergehalte van spinazie 44,8 mg per 100 gram droge stof was en dat was inderdaad 1/10 van de waarde die von Noorden en Salomon hadden ontleend aan Haensel, tenminste, als Bender Duits kent en von Noorden en Salomon goed heeft gelezen, wat weinig waarschijnlijk is omdat hij dan wel gezien zou hebben dat de hele von Wolff daar niet genoemd wordt. Bender kan het trouwens niet laten om Popeye er ook nog even bij te halen.

1977. Bender schrijft ‘Iron in spinach’ in de Spectator, waarin hij zijn intreerede ongeveer herhaalt.

1981. Terence J. Hamblin schrijft voor het bekende lichtvoetige kerstnummer van het British Medical Journal (thans BMJ) een artikel getiteld ‘Fake!’.

A statue of Popeye in Crystal City, Texas, commemorates the fact that singlehandedly he raised the consumption of Spinach by 33%. America was “strong to the finish ‘cos they ate their spinach” and duly defeated the Hun. Unfortunately the propaganda was fraudulent; German chemists reinvestigating the iron content of Spinach had shown in the 1930s that the original workers had put the decimal point in the wrong place and made a tenfold overestimate of its value. Spinach is no better for you than cabbage, Brussels sprouts, or broccoli. For a better source of iron Popeye would have been better off chewing the cans.

Een ingezondenbrievenschrijver beweert vervolgens dat het foliumzuur in de spinazie Popeye zo sterk maakte.

Toen later mensen Hamblin naar de bron van dat verhaal over die verkeerde komma vroegen, wist hij het niet meer. Als reactie op het speurwerk van Sutton schreef hij dat hij denkt dat hij het in de Reader’s Digest gelezen heeft, wat hij ook wel eens gezegd had tegen Martin Gardner, toen die ernaar vroeg. Die toename van de consumptie van spinazie was overigens niet echt aan Popeye te danken. Allerwegen werd er toen propaganda gemaakt voor meer groene groente in het dieet, en Popeye deed mee aan de propaganda.

1988. Bender publiceert een boek Health or Hoax? waarin hij wel praat over de mythe van het vele ijzer in spinazie en de vermeende reden waarom Popeye zo van spinazie houdt, maar hij noemt de fout geplaatste komma en von Noorden en von Wolff niet meer.

Na Hamblin wordt de mythe over de foute komma en Popeye epidemisch. Iedereen praat elkaar na en er worden op ruime schaal ook varianten van de verhalen bedacht. Wikipedia wist bijvoorbeeld te melden dat de kommafout pas in 1937 werd ontdekt, en dat Hamblin daar pas ruchtbaarheid aan gegeven had. Het verhaal over de foute komma figureert zelfs in gewichtige preken over hoe je nooit klakkeloos moet overschrijven. Eigenlijk vreemd, want in de wetenschap is het eigenlijk ondenkbaar dat een dergelijk gegeven nooit opnieuw wordt nagemeten, al is het maar voor de oefening van eerstejaarsstudenten, en dan speciaal een gegeven dat zo belangrijk is als de samenstelling van een gangbaar voedingsmiddel.

Al met al is duidelijk wat de bronnen van de mythe zijn, al is het niet zo duidelijk wie er precies hoeveel fout zat in de periode 1908-1920.Deel dit bericht

Dagboek 6e dag week 30

Vandaag komt de tuinman de tuin in orde maken het wordt voor ons een beetje te zwaar vooral voor Hanny met haar knie en rug probleen. alle heg wordt gesnoeid en de dode buxus wordt eruit gehaald, het zal wel mooi worden.

Willem Engel heeft een bijeenkomst geregeld op internet. Het gaat vooral over de houding van de overheid en de cijfers uit de data die door RIVM wordt gegeven die volgens Engel niet klopt.

De 1,5 meter bewering is gebaseerd op slechte meting en zelfs valse getallen en beweringen die nooit zijn onderzocht. Maar zijn toch aangenomen als de waarheid. Kan dit zo maar hier in België en Nederland?

————————————————————————————————————————————————————————————-

Hier even andere denker over het regelen van regels om de Corona onder de duim te krijgen en wat Willem Engel beweert.

De denkfouten van Willem Engel over het coronavirus

Posted by Pepijn van Erp On June 6, 2020 In FactcheckingGezondheid402 Comments

Het vervelende vooruitzicht dat we nog wel even vastzitten aan maatregelen als social distancing, motiveert sommigen tot het zoeken naar alternatieve hypotheses over de verspreiding van het coronavirus. In een interview op Café Weltschmerz bracht ene Willem Engel zo’n alternatief verhaal naar voren. Het interview werd in tien dagen meer dan 180.000 keer bekeken en Engel kreeg bijval van Maurice de Hond. Volgens Engel is de pandemie in Nederland eigenlijk al voorbij, kan sowieso maar 25 procent van de mensen besmet raken door het virus, en is de regel van 1,5 meter afstand nergens op gebaseerd en nergens voor nodig. Onzinnige uitspraken, gebaseerd op implausibele hypotheses en verkeerd interpreteren van onderzoek.

De denkfouten van Willem Engel over het coronavirus 1

Zo’n twaalf jaar terug was Engel nog aan het promoveren in de biofarmacie, maar kort voor het afronden van dat traject besloot hij zich te storten op een carrière als dansleraar. Nu zijn zaak door de lockdownmaatregelen stil kwam te liggen, had hij opeens alle tijd om weer wetenschapper te gaan spelen, maar mist blijkbaar een kritische omgeving die hem behoedt voor het maken van tal van denkfouten.

Aerosolen

Maurice de Hond tilt Willem Engel in het zadel.

Engel heeft toen hij nog in de wetenschap actief was, onderzoek gedaan naar aerosolen. Net als Maurice de Hond denkt Engel dat die minuscule druppeltjes een veel grotere rol spelen in de verspreiding van het coronavirus dan de gevestigde wetenschappers in het RIVM, de WHO en al die andere kennisinstituten wereldwijd, die het erop houden dat vooral de grotere druppels, die vrijkomen bij niezen, hoesten en hard praten van belang zijn. Engel stelt zelfs dat alleen die aerosolen een rol spelen en dat daarom de 1,5 meter afstand die we moeten houden onzinnig is. Zelfs als je wel gelooft in de druppelverspreiding, moet je volgens hem vraagtekens zetten bij die 1,5 meter, want daar kon hij geen enkel wetenschappelijk artikel over vinden. Het zegt alleen iets over zijn gebrekkige kennis of zijn slechte speurwerk. Die 1,5 meter is een proefondervindelijk vastgestelde vuistregel, gebaseerd op onderzoek in de jaren 30 van de vorige eeuw door William Firth Wells. Het is onder andere samengevat in zijn boek Airborne Contagion and Air Hygiene. An Ecological Study of Droplet Infections (Harvard University Press, 1955). [zie update onderaan]

Wat voor bewijs heeft Engel eigenlijk dat alleen die aerosolen, die gevormd worden in de longen, een rol spelen? Hij brengt eigenlijk niet meer dan de hypothese en vertelt er wat rare verhalen bij over PCR-testen die zoals ze nu worden toegepast niet zouden deugen. Het gegeven dat die testen bij samples uit de neus heel vaak de infectie niet laten zien, is voor Engel een aanwijzing dat het virus zich van daaruit helemaal niet kan verspreiden. Het lijkt me klinkklare nonsens.

Terwijl in grotere druppels wel levensvatbare virusdeeltjes zijn vastgesteld, staat die vraag voor de veel kleinere aerosolen nog grotendeels open. Zoals Jaap van Dissel het in zijn presentatie voor de Tweede Kamercommissie op 4 juni uitlegde (rond minuut 40), moet je er ook rekening mee houden dat het bij die aerosolen gaat om druppeltjes die een 100 tot 1000 keer kleinere diameter hebben, wat betekent dat het volume al snel miljoenen keren kleiner is en dus veel en veel minder virusdeeltjes kan bevatten. Maar voor meer details over de mogelijke rol van aerosolen verwijs ik naar het uitstekende artikel dat Niki Korteweg vandaag schreef in NRC: ‘Hoesten, niezen, zingen… niemand kent het gevaar van kleine druppels‘.

Reproductiegetal

In de discussie speelt de term R0, het basis reproductiegetal, een grote rol. Het is een maat voor de snelheid waarmee een virus zich in een populatie verspreidt als er nog niemand immuun voor is. De R0 hangt af van een aantal gegeven zaken, zoals de aard van het virus, maar kan beïnvloed worden door bijvoorbeeld maatregelen als social distancing. Gedurende een verspreiding worden er ook steeds meer mensen immuun, dat remt dan natuurlijk ook de verspreiding, maar dan hebben we het over de effectieve R, of Rt.

Afgaand op het interview blijkt Engel dat onderscheid niet te begrijpen. Door de lockdownmaatregelen hebben we de R0 tijdelijk verlaagd, maar zo gauw we die loslaten, schiet R0 weer naar de standaardwaarde. Dat betekent niet dat er dan opeens weer heel veel mensen besmet worden, want die R0 zegt dus niets over hoeveel mensen nu besmet zijn en hoeveel er al immuun zijn. Voor mazelen is de R0 ongeveer 20, terwijl er doorgaans nauwelijks mazelenbesmettingen zijn. Door de R0 drastisch te verlagen, zorg je er wel voor dat de effectieve R onder de 1 komt, maar die kun je in principe ook bij hogere R0 onder controle houden met maatregelen als veelvuldig testen en zorgvuldig contactonderzoek.
In de latere podcast voor NPO2 liet Engel wel doorschemeren dat hij erop is gewezen dat hij het eigenlijk over Rt had moeten hebben en niet over R0, maar of hij het nu wel echt begrepen heeft, valt nog maar te bezien. Ik heb nog geen correcties gezien op zijn kanalen.De denkfouten van Willem Engel over het coronavirus 3

Deze slide van het RIVM helpt niet echt mee om het onderscheid tussen R0 en de effectieve R te duiden.

Een belangrijk argument van het RIVM voor de stelling dat de verspreiding vooral via grotere druppels gaat is, is dat dat bij andere virussen met een betrekkelijke lage R0 van 2 à 3, als influenza, ook het geval is. Als SARS-CoV-2 vooral via die hele kleine aerosolen zou verspreiden, dan zou het meer lijken op mazelen en waterpokken die een R0 in de buurt van de 20 hebben.

Maurice de Hond

Maurice de Hond stelt dat dit argument niet klopt. Hij denk dat het virus zich vooral verspreidt bij super spreading events waarbij veel mensen in slecht geventileerde ruimtes verblijven. Tijdens zo’n gebeurtenis kan één besmet persoon dan heel veel anderen besmetten, waarbij je dus een hoge R ziet. Als je dat dan middelt met de door hem als nauwelijks aanwezig veronderstelde verspreiding buiten, zou je alsnog op een R0 van 2 à 3 uit kunnen komen. Die hoge R bij een super spreading event duidt dan, volgens De Hond, juist op aerosole verspreiding als je de redenatie van het RIVM volgt. Tsja, hij vergeet dan wel even dat die R0 van 20 voor mazelen een gemiddelde is over alle soorten ruimtes en je zou ‘m moeten kennen specifiek voor de ruimtes waar De Hond het over heeft.

De denkfouten van Willem Engel over het coronavirus 4

Nog een argument van het RIVM dat er buiten wel degelijk besmetting plaatsvindt, is dat het virus zich ook snel verspreidt onder indianen in het Amazonegebied. De Hond vindt dat ook niet geldig, want die indianen zitten ook wel eens binnen. En vooral tijdens zware regenbuien heb je dan geen natuurlijke ventilatie, beweert hij dan. Ik denk niet dat De Hond een goed beeld heeft van de gemiddelde behuizing van de inheemse volkeren in het Amazonegebied en hoe het gesteld is met de tocht in die hutten tijdens dergelijke tropische buien …

Groepsimmuniteit

Volgens Engel kunnen alle maatregelen wel opgeheven worden, want we zouden in Nederland al zo’n beetje de benodigde groepsimmuniteit bereikt hebben. Dat lijkt ernstig in tegenspraak met de beste gegevens die we hebben over hoeveel mensen al in aanraking geweest zijn met het virus en er waarschijnlijk (voor enige tijd in ieder geval) immuun voor zijn geworden. Het Sanquinonderzoek onder bloeddonors gaf vorige week aan dat 5,5 procent antilichamen heeft. In het interview had Engel het noodgedwongen nog over het vorige onderzoek, met gegevens tot half april, waaruit bleek dat 3 procent waarschijnlijk een besmetting met corona had doorgemaakt. Met 3 procent zit je natuurlijk erg ver van de groepsimmuniteit die voor dit coronavirus door experts wordt geschat op rond de 60 procent (hangt direct samen met de geschatte R0 van 2,5).

De denkfouten van Willem Engel over het coronavirus 5

Engel wijst er echter op (rond minuut 45) dat uit het onderzoek ook zou blijken dat 14 procent van de donoren al antilichamen had, waarschijnlijk van besmettingen met andere coronavirussen, en dat die daardoor ook beschermd waren tegen SARS-CoV-2. Het is tamelijk onbegrijpelijk hoe Engel dit uit het wetenschappelijke artikel heeft opgemaakt. De 14 procent slaat namelijk op het aandeel van de donoren dat positief testte met de gebruikte antilichamentest, waarvan ook een donatie van voor de outbreak positief testte. Er waren bij de 7.361 donaties, 230 positeve testen. Van die 230 was er bij 218 een eerdere afname nog beschikbaar voor een test. En daarvan waren er dus 30 ook positief. De 14 procent is dus 30/218, maar niet 14 procent van de ruim 7.000 donaties!

Het enige wat niet helemaal duidelijk is, wat het betekent dat een klein deel van de positief geteste donoren al voor de outbreak positief testte. Ligt het aan de test en zijn sommige mensen sowieso altijd positief? Is de test niet specifiek genoeg, slaat hij ook uit bij antilichamen tegen andere virussen? (En wat betekent dat dan voor de eventuele immuniteit tegen SARS-CoV-2?) Of waren deze donors toch al besmet voor het officiële begin van de outbreak?
Als je louter kijkt naar wie er tussen de vorige (pre-outbreak) en huidige donatie een besmetting opliep, kom je voor zeg eind maart, uit op 2,7 procent. Neem je die wat onduidelijke positieven mee om aan de ruime kant te zitten, dan zit je op de drie procent die naar buiten is gebracht. Wat Engel ervan maakt slaat nergens op. En het gezeur van interviewer Ramon Bril dat de titel van het artikel een vorm van wetenschappelijke corruptie zou inhouden al helemaal niet. Die titel luidt ‘Herd immunity is not a realistic exit strategy during a COVID-19 outbreak’ waar Bril ‘Herd immunity is not an option’ van maakt, wat ook wel slordig is voor iemand die zo’n stevige beschuldiging uit.

Waarom zouden we eigenlijk met 14 procent immuniteit al bijna op groepsimmuniteit zitten? Dat komt omdat Engel denkt dat überhaupt maar 20 tot 25 procent van de populatie getroffen kan worden door het coronavirus en dat baseert hij weer op een verkeerde interpretatie van wat er aan boord van de Diamond Princess gebeurde.  Engel denkt dat het gegeven dat maar iets meer dan 700 van de 3700 opvarenden uiteindelijk besmet raakte met het coronavirus betekent dat de rest gewoon niet besmet kon worden. In Engels beeld was het schip in quarantaine een perfecte mengmachine waarin iedereen aan boord vanzelfsprekend in aanraking zou komen met het virus. Niets is minder waar. Ondanks een vertraagde start moesten de passagiers in hun cabines blijven en waren groepsbijeenkomsten aan boord uitgesloten. Ook werden positief geteste personen van boord gehaald. Een soort lockdownmaatregelen aan boord.
Ondanks de wat gebrekkige uitvoering traden er na enige tijd geen nieuwe gevallen meer op. Die casus leek mij juist een sterk argument tegen aerosole verspreiding (of in ieder geval het belang daarvan op het geheel) en in het eerder vermelde NRC-artikel wordt dat bevestigd door viroloog Ron Fouchier.

Engel noemt ook nog het onderzoek van prof Hendrik Streeck, uitgevoerd in Gangelt. In die gemeente was een super spreading event waarna er strikte social distancing-maatregelen werden opgelegd. Opvallend resultaat was dat in huishoudens met iemand die besmet was, niet heel veel secundaire besmettingen optraden, afhankelijk van de grootte van het huishouden liepen de percentages uiteen van 16 tot 44 procent. Maar dit zegt waarschijnlijk weinig over hoe groot de kans is dat iemand überhaupt besmet kan worden, en het toont eerder aan dat een besmet persoon gemiddeld maar beperkt besmettelijk is. Het virus is niet zo makkelijk overdraagbaar, zeker niet als je de basishygiëne in acht neemt.

Vaccins – ‘Ik ben zeker geen antivaxxer, maar …’

Het stuitendste stuk in het interview zit aan het eind. Nadat Engel eerst blijk geeft geen benul te hebben hoe het werkt met het reproductiegetal, de R0 waarover je virologen hoort spreken, komt hij met zijn conclusie dat vaccins voor luchtweginfecties sowieso geen goed idee zijn: “Alle vaccinprogramma’s voor luchtweginfecties kun je afschaffen.” zegt hij doodleuk. Was het een verspreking, bedoelde hij misschien alleen de griepvaccinatie? Ik vroeg ernaar op zijn Facebook pagina:

De denkfouten van Willem Engel over het coronavirus 6

Je reinste antivaxklets, als je het mij vraagt. Op zijn minst heeft Engel er moeite mee om toe te geven dat hij erg is doorgeschoten in het interview.

En verder …

Het interview is ruim 80 minuten. Engel – en soms ook Bril – doen wel meer uitspraken die op zijn minst merkwaardig zijn. Ik zal geen poging doen om hier compleet te zijn, maar de volgende uitspraken vielen nog op.

  • Bril stelt dat het aantal zelfdodingen tijdens de lockdown maar liefst 10 tot 15 keer zo hoog ligt als normaal. Het tegengestelde is waar, het ligt zo’n 20 procent lager.
  • Als voorbeeld van een denkbeeld dat ooit eens door verkeerde wetenschap bekend is geworden en ondanks correctie heel hardnekkig blijft voortleven, noemt Engel het verhaal dat spinazie als een hele goede bron van ijzer wordt gezien, terwijl dat op een fout geplaatste komma in een publicatie zou berusten. Engel is er niet van op de hoogte dat dat verhaal juist een mythe is.
  • “Wetenschappers” in de 14e eeuw hadden het mis over hoe de Zwarte Dood zich verspreidde. Dat geeft Engel als reden waarom wetenschappers in onze tijd zo halstarrig aan het idee vasthouden dat het dit keer niet via de lucht gaat, want ze willen het niet nog een keer fout hebben. Dit argument gaat op zoveel fronten mis, dat ik dat volgens mij niet hoef uit te leggen.
  • Engel stelt dat de periode van die Zwarte Dood ook de enige keer in onze geschiedenis was waarin quarantaine is toegepast. Misschien doelt Engel hier specifiek op heel Nederland, want in de geschiedenis is quarantaine op verschillende plaatsen en tijden ingezet als middel om epidemieën in te dammen, ook op lokale schaal in Nederland.
  • Engel schermt met een contact in het Outbreak Managment Team die zijn analyse zou ondersteunen. In het gesprek komt naar voren dat het zou gaan om een mannelijke hoogleraar. Het lijkt me erg sterk, misschien dat de beste man alleen maar iets heeft gezegd over dat nog niet helemaal is uitgesloten dat aerosolen een rol spelen.
  • De piek in de besmettingen is volgens Engel juist veroorzaakt door de lockdown: daardoor moesten we meer op elkaar gaan zitten. Hij wijst op een golfje in de grafiek met besmettingen rond 16 maart, net toen de lockdown inging,  en stelt rustig dat we daar de kans op een lagere piek hebben laten liggen. Geen enkele overweging wat betreft onzekerheidsintervallen aan het begin toen zowel de aantallen nog laag waren, er nog maar weinig getest werd en de rapportage daarvan soms niet actueel was.

  • Dick Bijl medicijn deskundige huisarts

Dick Bijl